Welkom

Welkom
De Duinzichtkerk is een open huis van inspiratie en ontmoeting in Den Haag voor wie maar wil. Al meer dan negentig jaar komen hier mensen samen om wekelijks nieuwe inspiratie op te doen voor hun leven, hun werk en voor de wereld dichtbij en ver weg. Bron van inspiratie is het aloude Bijbelverhaal. In een wereld die gedomineerd wordt door de waan van de dag, heersende opinies en vooroordelen wordt wekelijks in dit verhaal een bevrijdende en hoopvolle tegenstem gehoord. In het verbinden van deze stem met de vragen van vandaag vinden op allerlei verschillende manieren velen elkaar in de Duinzichtkerk. Hartelijk welkom!
 
Volg Meelezen Volg Meelezen
 
                                   
Eerst volgende uitzending, woensdag 8 juli 14.00 uur, ds Ad van Nieuwpoort

Wat fijn dat u online meekijkt. Met veel aandacht en zorg maken wij de zondagse dienst. Wilt u hieraan bijdragen? klik hier
 
Deze Zondag

Deze Zondag
Kijk hier de dienst terug

Troost

Een pijnlijk verleden is niet iets dat je zomaar achter je laat. Het kan je een leven lang verhinderen om te worden wie je bent. Ook als je zelf schuldig bent aan wat pijn heeft gedaan, kan je dat een leven lang met je meezeulen. Je probeert het los te laten, maar op de kwetsbare momenten speelt het weer op. Het is vaak de oorzaak van allerlei angsten en onzekerheden, soms gehuld in stoere, zelfverzekerde jasjes.


Het grootse verhaal van Jozef loopt uit op een psychologisch drama. Als de oude vader Jakob is gestorven en begraven komen bij de broers de oude angsten weer bovendrijven. Ze stonden nog zo gebroederlijk aan het graf maar nu de vader is weggevallen, kunnen zij zich nergens meer achter verschuilen. ‘Als Jozef nu maar niet vijandig tegenover ons wordt…’, zo roepen ze uit. En via een list en een leugen vragen ze Jozef indirect om vergeving. Het moet de angst zijn die hen al een leven lang bezet. Angst voor wraak, maar ook de angst om het leed dat zij hebben aangericht onder ogen te moeten zien.

Jozef weent als hij het hoort. Voor de zevende keer weent Jozef. En hij zegt opnieuw dat God het kwade ten goede heeft gekeerd. Omdat in hem het besef leeft dat vergeving met ‘boven’ te maken heeft, wijst Jozef van zichzelf af. Alleen zo kan de spiraal van schuld, pijn en angst worden doorbroken. ‘Zo troostte Jozef hen’, staat er te lezen.

Het boek Genesis eindigt met waar het om was begonnen: met de aankondiging van bevrijding uit de benauwdheid. Het teken daarvan is de kist waarin uiteindelijk de gestorven Jozef wordt gelegd. Om met Karel Deurloo te spreken: ‘Als een eenzaam teken staat Jozefs kist in de laatste zin te wachten, als een teken van broederlijkheid dat naar Gods toekomst wijst’. De kist van Jozef wordt tot teken dat niet de angst, niet de schuld en de pijn het laatste woord hebben, maar de bevrijding uit de benauwdheid. 

Zondag lezen we de finale van dat verhaal dat ons al wekenlang bezighoudt. Het blijkt een verhaal geweest te zijn dat ons heeft willen troosten in bezette tijden.

Ad van Nieuwpoort
 
 
Duinzichtgesprek Peter Kanne

Duinzichtgesprek Peter Kanne
Kijk hier het Duinzichtgesprek terug

Peter Kanne in de Duinzichtkerk


Op 5 juli gaat Ad van Nieuwpoort in zijn serie Duinzichtgesprekken in gesprek met opinieonderzoeker Peter Kanne naar aanleiding van zijn boek ‘Lang zal IK lekker leven’. In dit recent verschenen boek schetst Peter Kanne een verontrustend beeld van de Nederlander als een genotzuchtig individualist. In vergelijking met inwoners van andere landen trekt de Nederlander zich nog meer terug in zijn eigen kleine, genoegzame wereldje. En daarmee, zo stelt Kanne, verliezen we de blik op het collectief: de gemeenschap. En dat is niet zonder risico’s. Want daarmee komt niet alleen onze mentale en fysieke gezondheid, maar ook onze democratie in gevaar. Zijn grote vraag is: ‘Wat is ervoor nodig om ons minder te laten verleiden door externe prikkels en genot om ons weerbaarder te maken voor de grote uitdagingen die op ons afkomen?’ 

Peter Kanne werkte de afgelopen 25 jaar als opinieonderzoeker, eerst bij TNS NIPO en I&O Research en nu als senior adviseur bij IPSOS I&O. Hij houdt zich bezig met politiek draagvlak, beleid en duurzaamheid en adviseert belangenorganisaties, politieke partijen en overheden. 

Zondag 5 juli om 16 uur (zaal open vanaf 15.30 uur) in de Duinzichtkerk met na afloop signeren en meet&greet. Aan de vleugel Aaron Diaz.

 
 
In de Media In de Media

Vrijdag 26 juni 2026 in het Nederlands Dagblad een reportage over de gang van het boek 'Buig Niet".

Lees hier het hele artikel
 

 
Indië Herdenking 2026

Indië Herdenking 2026
Herdenking einde Tweede Wereldoorlog in voormalig Nederlands Indië
Op zondag 16 augustus 2026 om 16.30 uur organiseert de Haagse Gemeenschap van Kerken in samenwerking met de Duinzichtkerkgemeente de jaarlijkse herdenking van het einde van de Tweede Wereldoorlog in voormalig Nederlands-Indië.

‘Wat voor voorouders willen wij zijn?’ is dit jaar het thema van de bijeenkomst. Want bij herdenken gaat het niet alleen om het terugkijken. Het gaat om het doorgeven van de verhalen. Niet in boosheid of wrok, maar op een manier die verbindt. Die inspireert.
Dankzij onze voorouders leven wij in vrijheid. De mensen die hun rug recht hielden, de moed erin hielden en doorgingen. Wij dragen hun geschiedenis met ons mee en geven die door aan de volgende generaties. Niet als een last, maar om kracht uit te putten.
In deze turbulente tijden van oorlog en dreiging, ook dichtbij, is dat belangrijk.

Sprekers: André Schram, Maddy Batelaan en Gerbert van Genderen Stort.
Muzikale omlijsting: Esmay Usmany.

U bent van harte welkom op zondag 16 augustus om 16.30 uur in de Duinzichtkerk, Van Hogenhoucklaan 89, Den Haag.
Na afloop verwelkomen wij u graag op het kerkplein voor een drankje en een hapje.
Neemt u ook uw (klein)kinderen mee?
 
 
In de Media

In de Media

Vandaag, 4 april 2026 in Trouw. Lees hier en hier

Predikant Ad van Nieuwpoort: Durven we op te staan tegen een politiek die ons de afgrond in helpt?

Het verhaal van Pasen gaat in de kern over moed, betoogt predikant Ad van Nieuwpoort. En niet in de ‘spierballen-zin’, maar in de zin van bewogen raken.

Als we iets nodig hebben deze dagen, dan is het wel Pasen. Paasverhalen zijn vanouds geschreven om in de crisis mensen een hart onder de riem te steken. De Paasverhalen in de Bijbel komen voort uit het kernverhaal van de uittocht uit Egypte. En dat is niet zozeer een historisch verifieerbare geschiedenis, maar een verhaal met een universele zeggingskracht. Het gaat over mensen die zuchten onder de knoet van een tiran die er alles aan doet om degenen die hij ziet als een bedreiging voor zijn macht te vernederen en te ontmenselijken. En de grote vraag is wie de moed heeft om deze Tiran aan te spreken.

lees meer »
 
In de Media

In de Media
Afgelopen zondag was Ad vaan Nieuwport te gast in de pauscast van KRO-NCRV over het bestrijden van populisme.
Kijk hier de aflevering van de pauscast terug
Luister hier naar de pauscast
 
Vacature kerkelijk bureau

Vacature kerkelijk bureau
De Duinzichtkerk zoekt per 1 september een medewerker voor de bezetting van het
kerkelijk bureau. Het kerkelijk bureau neemt naast de koster een centrale plaats in bij het
functioneren van de Duinzichtkerk. De werkzaamheden zijn administratief van aard en
bestaan voorts uit ondersteuning van de predikant, van kerkelijke activiteiten en van
specifieke projecten.
 
lees meer »
 
Meelezen op woensdag

Meelezen op woensdag
Hebben de woorden van de bijbel echt niets meer te zeggen of krijgen ze de kans niet? Het zou kunnen dat de bijbelse teksten zo bedolven zijn onder allerhande vooroordelen en misverstanden dat het de loont nog eens opnieuw naar ze te luisteren. 

Daarom bijna elke week op woensdag: meelezen met de predikant. In een geconcentreerd uur wordt de tekst gelezen die in de kerkdienst op de zondag daarop centraal staat.

De eerst volgende meelezen is op woensdag 8 juli 14.00 uur

Vandaag lezen wij: 
I Samuël 17


1)         De Filistijnen verzamelden hun legers voor de strijd
            en zij verzamelden zich in Soko, dat van Juda is.
            Zij legerden zich tussen Soko en Azeka
            bij Efes Damiem [Einde van het Bloedvergieten].
2)         Saul en het manvolk van Israël verzamelden zich
            en zij legerden zich in de Eikenvallei
            en zij stelden zich op ten strijde tegenover de Filistijnen.
3)         De Filistijnen stonden op het gebergte aan de ene kant
            en Israël stond op het gebergte aan de andere kant
            en het dal was tussen hen in.
4)         Er trok een man, een kampioen uit
            uit het leger van de Filistijnen
            Goliat was zijn naam, uit Gat
            zijn hoogte was zes ellen en een span.
5)         Een bronzen helm was op zijn hoofd
            en een harnas van schubben had hij aan.
            Het gewicht van het harnas was vijfduizend sikkels brons.
6)         Scheenplaten van brons had hij boven zijn voeten
            en een spies van brons tussen zijn schouders.
7)         Het hout van zijn speer was als een weversboom
            en de punt van zijn speer was van zeshonderd sikkels ijzer;
            en een schilddrager ging voor zijn aangezicht uit.
8)         En hij stond 
en riep tot de rijen van Israel
en zei tegen hen:
                        Waarom trekken jullie uit om je op te stellen voor de strijd?
                        Ben ik niet dé Filistijn [bij uitstek]
                        en jullie: dienstknechten van Saul?
                        Kies je een man en laat die naar mij afdalen.
9)                     Als hij met mij kan strijden en mij verslaat
                        dan zullen wij jullie tot slaven zijn.
                        Maar kan ik hem aan en versla ik hem,
                        dan zullen jullie ons tot slaven zijn
                        en ons dienen.
10)       De Filistijn zei:
                        Ik, ik hóón de rijen van Israel op deze dag.
                        Geef mij een man, dat wij samen strijden.
11)       Saul hoorde, en heel Israel, deze woorden van de Filistijn
            en ze schrokken en vreesden zeer.

12)       David nu was de zoon van die Efrathitische man uit Betlehem in Juda
            zijn naam was Isai,
            hij had acht zonen.
            De man was in de dagen van Saul
            te oud om op te komen met de mannen.
13)       De drie grote zonen van Isai gingen achter Saul de strijd in.
            De naam van zijn drie zonen
            die de strijd in gingen:
            Eliab, de eersteling
            zijn tweede: Abinadab
            de derde: Sjama.
14)       David, die was de kleinste;
            de drie groten gingen achter Saul.
15)       - David nu placht te gaan naar en terug te keren van Saul
            om herder te zijn over de schapen van zijn vader in Betlehem. -
16)       De Filistijn kwam naderbij
            in de morgen en in de avond
            Hij posteerde zich, veertig dagen lang.

17)       Isaï zei tot David, zijn zoon:
                        Neem toch voor je broers een efa van dit geroosterd koren mee
                        en deze tien broden
                        en ren daarmee het legerkamp in, naar je broers!
18)                   Deze tien plakken kaas moet je brengen naar de overste over duizend.
                        Bezie of je broers in vrede zijn
                        en neem van hen een teken mee!
19)                   Saul en heel het manvolk van Israël, zij zijn in de Eikenvallei,
                        strijdend met de Filistijnen.
20)       David stond op, vroeg in de ochtend,
            liet de schapen over aan een bewaarder,
            laadde op en ging,
            zoals Isaï hem geboden had.
            Hij kwam bij het wagenperk
            toen het leger uittrok in rijen
            en ze strijdkreten schalden.
21)       Israël schaarde zich in rijen, de Filistijnen ook,
            rij tegenover rij.
22)       David liet zijn spullen achter,
            onder de hand van een bewaarder van de spullen
            en rende naar de rijen.
            Toen hij aangekomen was
            vroeg hij zijn broers naar vrede.
23)       Terwijl hij met hen sprak,
            zie, een kampioen gaat op:
            Goliat dé Filistijn is zijn naam,
            uit Gat, uit de rijen van de Filistijnen
            en hij sprak soortgelijke woorden.
            David hoorde.
24)       Al het manvolk van Israël,-
            toen ze de man zagen,
            vluchtten ze weg van zijn aangezicht
            en werden ze zeer bevreesd.
25)       Het manvolk van Israël zei:
                        Hebben jullie deze man gezien die opgaat?
                        Voorwaar, om Israël te honen gaat hij op!
                        Het zal geschieden:
                        de man die hem verslaat, hém zal de koning rijk maken
                        met grote rijkdom!    
                        Zijn dochter zal hij hem geven
                        en het huis van zijn vader zal hij vrij maken in Israël!
26)       David zei tot de mannen die bij hem stonden:
                        Wat zal men de man doen
                        die dé Filistijn, die daar, verslaat
                        en de hoon doet wijken van Israël?
                        Want wie is die Filistijn, die voorhuid,
                        dat hij de rijen van de levende God hoont?
27)       Het volk zei tot hem een soortgelijk woord als eerder:
                        Zo zal men de man doen die hem verslaat!
28)       Eliab, zijn grote broer,
            hoorde hem spreken tot de mannen
            en de toorn van Eliab ontstak tegen David.
            Hij zei:
                        Waarom ben je eigenlijk afgedaald?
                        En, bij wie heb je die paar schapen in de woestijn achtergelaten?
                        Ik, ik ken je overmoed en het kwaad van je hart.
                        Ja, om de strijd te zien ben je afgedaald.
29)       David zei:
            Wat heb ik nu weer gedaan?
            Een woord was het, niet?
30)       Hij draaide zich om, weg van hem,
            naar een ander toe
            en zei een soortgelijk woord.
            Het volk, ze gaven hem een weerwoord,
            een soortgelijk woord als het eerste.
31)       Ze werden gehoord, de woorden die David gesproken had.
            Ze werden aan Saul bekend gemaakt
            en die liet hem halen.
32)       David zei tegen Saul:
                        Dat nooit een mens zijn hart verlieze om hem!
                        Je knecht zal gáán en strijden met deze Filistijn.
33)       Saul zei tegen David:
                        Dat kun je niet
naar deze Filistijn gaan en met hem strijden,
want jíj bent een jongen
en híj is van jongs af aan een krijgsman.
34)       David zei tegen Saul:
                        Herder was je knecht voor zijn vader over de schapen;
                        kwam er een leeuw of  een beer
                        en die pakte een lam uit de kudde,
35)                  dan trok ik uit, hem achterna, sloeg hem
                        en redde het uit zijn bek;
                        stond hij tegen mij op,
                        dan greep ik hem vast bij zijn baard, sloeg hem
                        en doodde hem;
36)                   én de leeuw én de beer heeft je knecht verslagen.
                        Het zal geschieden:
                        de Filistijn, die voorhuid, wordt als een van hen,
                        want gehoond heeft hij de rijen van de levende God.
37)       David zei:
                        JHWH die mij gered heeft
uit de hand van de leeuw en uit de hand van de beer,
Híj zal mij redden uit de hand van deze Filistijn.
Saul zei tegen David:
                        Ga,
                        JHWH zij met jou!
38)       Saul bekleedde David met zijn wapenrok:   
            zette een bronzen helm op zijn hoofd
            en bekleedde hem met een harnas.
39)       David gordde diens zwaard aan
            over zijn wapenrok heen
            en wilde gaan
            want dat had hij nog niet beproefd.
            David zei tegen Saul:
                        Hierin kan ik niet gaan
                        want dat had ik nog niet beproefd.
            David ontdeed zich ervan.
40)       Hij nam zijn stok in zijn hand,
            koos zich uit de beek vijf gladde stenen,
            en legde die in de herderstas die hij bij zich had
            in zijn slingertas;
            zijn slinger was in zijn hand.
            Zo naderde hij de Filistijn.
41)       De Filistijn ging voort, al gaande naderde hij David,
            de man die het schild droeg voor zijn aangezicht.
42)       Toen de Filistijn keek en David zag,
            verachtte hij hem
            want hij was een jongen
            rossig, ook verder mooi om te zien.
43)       De Filistijn zei tegen David:
                        Ben ìk een hond, dat jíj naar me toekomt met stokken?
                        En de Filistijn vervloekte David bij zijn goden.
44)       De Filistijn zei tegen David:
                        Ga, op mij af,
                        dan geef ik je vlees 
                        aan de vogels van de hemel
                        en aan dieren van het veld!
45)       David zei tegen de Filistijn:
                        Jíj komt naar mij toe met zwaard, met speer en met lans
                        Ik kom naar jou toe met de naam van JHWH, de geweldige
                        de God van de rijen van Israël die je gehoond hebt.
46)                   Op deze dag zal JHWH je uitleveren in mijn hand
                        en ik zal je verslaan;
                        ik zal je van je hoofd ontdoen
                        en het kadaver van het legerkamp der Filistijnen geven
                        op deze dag
                        aan de vogels van de hemel
                        en aan de wilde dieren van de aarde.
                        Erkennen zullen ze, heel de aarde,
                        dat er een God is voor Israël.
47)                   Erkennen zullen ze, heel dit volk,
                        dat niet met zwaard en met speer JHWH bevrijdt,
                        want aan JHWH komt de strijd toe
                        en hij geeft jullie in onze hand.
48)       En het geschiedde
            toen de Filistijn opstond en ging en naderde, David tegemoet,
            dat David zich haastte en naar de rij rende
            de Filistijn tegemoet.
49)       David stak zijn hand in de tas,
            nam daaruit een steen,
            slingerde en trof de Filistijn in zijn voorhoofd;
            de steen zonk in zijn voorhoofd
            en hij viel op zijn aangezicht ter aarde.
50)       David was met de slinger en de steen
            sterker dan de Filistijn,     
            hij trof de Filistijn en doodde hem;
            maar een zwaard was er niet in de hand van David.
51)       David rende toe,
            stond over de Filistijn heen,
            nam diens zwaard, trok het uit zijn schede, doodde hem
            en hieuw daarmee zijn hoofd af.
            Toen de Filistijnen zagen dat hun held dood was
            sloegen ze op de vlucht.
En
Genesis 8

24)       De wateren wiesen over de aarde
            vijftig en honderd dagen.
1)         Toen gedacht God Noach
            en al het wild gedierte, al het vee dat bij hem was in de ark.
            God deed adem over de aarde gaan
            en de wateren bedaarden.
2)         De bronnen van de baaierd en de luiken van de hemel sloten zich
            en de stortregens uit de hemel hielden op.
3)         De wateren weken terug
            weg van de aarde, het keerde.
            De wateren namen af
            aan het eind van vijftig en honderd dagen.

4)         De ark kwam tot rust op het gebergte Ararat
            in de zevende maand,
op de zeventiende dag van de maand.
           
5)         Meer meer krompen de wateren
            het werd de tiende maand.
            Op de eerste dag van de tiende maand
            lieten de toppen van de bergen zich zien.
6)         En het geschiedde na veertig dagen:
            Noach opende het venster van de ark dat hij had gemaakt.
7)         Hij stuurde de raaf.
            Deze ging naar buiten
en bleef heen en weer gaan
            tot de wateren waren gedroogd, weg van de aarde.
8)         Noach stuurde de duif om te zien
            of de wateren over de akker waren verminderd.
9)         Maar de duif vond geen rustplaats voor de greep van haar poot
            en zij keerde naar hem terug in de ark
            want er waren wateren over heel de aarde.
            Noach stak zijn hand uit, pakte haar
            en liet haar bij zich komen in de ark.
10)       Hij wachtte nog eens zeven dagen
            en stuurde opnieuw de duif uit de ark.
11)       Tegen de avond keerde de duif naar hem
            en zie!
daar was een pril olijfblad in haar snavel.
            Toen wist Noach
            dat de wateren waren verminderd, weg van de aarde.
12)       Hij wachtte nog eens zeven dagen
            en stuurde de duif opnieuw.
            Zij keerde niet meer naar hem terug.
13)       En het geschiedde in het zeshonderd en eerste jaar
            in de eerste maand,
op de eerste dag van de maand
            dat de wateren opdroogden, weg van de aarde.
            Noach deed het dak van de ark
            hij zag en zie!
opgedroogd was de aardbodem.
14)       In de tweede maand
            op de zevenentwintigste dag van die maand
            was de aarde droog.

15)       En God sprak tot Noach:
16)                  Ga uit de ark
                        jij en je vrouw
                        je zonen en de vrouwen van je zonen met je
17)                  Al het levende dat bij je is
                        van alle vlees:
                        het gevogelte, het vee
                        alles wat over de aarde kruipt
                        laat ze uitgaan met jou
                        dat zij wemelen op de aarde
                        en vruchtbaar zijn
en talrijk worden op de aarde.
18)       En Noach ging uit
            en zijn zonen, zijn vrouw en de vrouwen van zijn zonen met hem.
19)       Al het levende
            al het kruipend gedierte en al het gevogelte
            al wat kruipt over de aarde:
            zij gingen de ark uit,
soort bij soort.  
           






 
lees meer »