Welkom

Welkom
De Duinzichtkerk is een open huis van inspiratie en ontmoeting in Den Haag voor wie maar wil. Al meer dan negentig jaar komen hier mensen samen om wekelijks nieuwe inspiratie op te doen voor hun leven, hun werk en voor de wereld dichtbij en ver weg. Bron van inspiratie is het aloude Bijbelverhaal. In een wereld die gedomineerd wordt door de waan van de dag, heersende opinies en vooroordelen wordt wekelijks in dit verhaal een bevrijdende en hoopvolle tegenstem gehoord. In het verbinden van deze stem met de vragen van vandaag vinden op allerlei verschillende manieren velen elkaar in de Duinzichtkerk. Hartelijk welkom!
 
Volg Meelezen Volg Meelezen
 
                                   
Eerst volgende uitzending, woensdag 15 april  14.00 uur, ds Ad van Nieuwpoort

Wat fijn dat u online meekijkt. Met veel aandacht en zorg maken wij de zondagse dienst. Wilt u hieraan bijdragen? klik hier
 
Volg de Zondagdienst Volg de Zondagdienst
 
                                   
Eerst volgende uitzending, zondag 19 april 10.00 uur, ds Ad van Nieuwpoort

Wat fijn dat u online meekijkt. Met veel aandacht en zorg maken wij de zondagse dienst. Wilt u hieraan bijdragen? klik hier
 
Deze Zondag Deze Zondag

Kijk hier de dienst terug

Op de eerste zondag na Pasen klinkt Johannes 20. De leerlingen zitten bij elkaar, achter gesloten deuren, verlamd door angst. En juist daar staat Christus ineens in hun midden. Hij zegt: ‘Vrede zij met jullie.’ Daarnaast horen we Genesis 8. Noach is nog in de ark. De aarde is al drooggevallen, en toch blijft hij binnen. Pas wanneer God spreekt, zet hij de stap naar buiten. Wat betekent het om te beginnen? Als er al zoveel gebeurd is. Als de wereld wel weer openligt, maar nog niet als bewoonbaar voelt.
In deze dienst leggen we deze verhalen naast twee stemmen uit de twintigste eeuw: de politieke filosofie van Hannah Arendt en de poëzie van Mahmoud Darwish.
Arendt (1906–1975), een Joods-Duitse denker die moest vluchten voor het nazisme, benadrukt het menselijke vermogen om te beginnen: om te handelen, te spreken en in de wereld te verschijnen. Daartegenover staat Darwish (1941–2008), een Palestijnse dichter uit Galilea. In zijn werk klinkt hoe kwetsbaar dat beginnen is. Wat betekent het om opnieuw te beginnen als je je land en je thuis verloren hebt? Als de wereld zelf onzeker is geworden?
Tussen die twee stemmen, beginnen als mogelijkheid en beginnen vanuit verlies, klinkt het evangelie als een derde stem. Niet de mens opent de toekomst. Maar God spreekt. Zijn adem wekt leven. Daar, waar mensen zich verschuilen of niet durven gaan, wordt een begin gegeven.

Ds Arlette Brabander-Schuytvlot
 

 
Duinzichtgesprek

Duinzichtgesprek
Kijk hier het duinzichtgesprek terug

Zondag 12 april gaat Ad van Nieuwpoort in gesprek met Teun Toebes naar aanleiding van zijn boek VerpleegThuis en Een wereld te winnen. Wat ik leer van mijn huisgenoten met dementie.

Teun Toebes (26) is internationaal zorgvernieuwer en verpleegkundige. Op 21-jarige leeftijd besloot hij voor 3,5 jaar te gaan wonen op de gesloten afdeling van een verpleeghuis. Door mensen met dementie niet alleen te observeren, maar door met hen samen te wonen, leerde hij niet alleen luisteren naar een stem die lang niet gehoord is, ook leerde hij hoe we ons systeem fundamenteel moeten veranderen.

Om zijn missie naar een hoger plan te tillen, reisde hij voor de film Human Forever samen met filmmaker Jonathan de Jong de wereld over. Deze ging in première op een G20-top, is bekroond met een Gouden Kalf en is in meer dan 30 landen uitgekomen. Van zijn hand verschenen de internationale bestsellers VerpleegThuis (#1 gedebuteerd) en Een Wereld te Winnen.

 

 
Verwacht

Verwacht
 
DuinzichtMuziek

DuinzichtMuziek
 
In de Media

In de Media

Vandaag, 4 april 2026 in Trouw. Lees hier en hier

Predikant Ad van Nieuwpoort: Durven we op te staan tegen een politiek die ons de afgrond in helpt?

Het verhaal van Pasen gaat in de kern over moed, betoogt predikant Ad van Nieuwpoort. En niet in de ‘spierballen-zin’, maar in de zin van bewogen raken.

Als we iets nodig hebben deze dagen, dan is het wel Pasen. Paasverhalen zijn vanouds geschreven om in de crisis mensen een hart onder de riem te steken. De Paasverhalen in de Bijbel komen voort uit het kernverhaal van de uittocht uit Egypte. En dat is niet zozeer een historisch verifieerbare geschiedenis, maar een verhaal met een universele zeggingskracht. Het gaat over mensen die zuchten onder de knoet van een tiran die er alles aan doet om degenen die hij ziet als een bedreiging voor zijn macht te vernederen en te ontmenselijken. En de grote vraag is wie de moed heeft om deze Tiran aan te spreken.

In het kernverhaal van Pasen is het de gebrekkige Mozes die geroepen wordt om het tot slaaf gemaakte volk een uitweg te bieden uit het land dat stijf staat van de angst. Het mooie van dit verhaal is dat het gaat om moed. En dan niet zozeer in de ‘spierballen-zin’, maar meer in de zin zoals in het Duits over Mut gesproken wordt. Mut heeft niet zozeer te maken met dapperheid of kracht, maar met het bewogen raken van het ‘gemoed’.

Verandering is mogelijk

Het is wat de wijsgerig theoloog Paul Tillich bedoelt met de ‘moed om te zijn’. Het is de moed die voortkomt uit de hoop dat ondanks onze angsten en wanhoop er toch verandering mogelijk is. Moed in die zin is ook een politieke deugd omdat het blijk geeft van de politieke bereidheid onrecht tegen te gaan.

De filosoof Joke Hermsen schrijft in haar laatste boek Tijd is hoop: ‘De moed die nodig is om dat onrecht te adresseren en tegen de heersende opinie in te gaan, is uiteraard niet zonder risico’s.’ In plaats van reeds geaccepteerde meningen te vertolken moet de moed opgebracht worden om kritische inzichten naar voren te brengen, die je positie in de samenleving in gevaar kunnen brengen.

De oude Grieken gebruikten hiervoor het begrip parrèsia dat zoiets als ‘vrijheid van spreken’ betekent of vrij vertaald: ‘vrijmoedigheid’. De Franse filosoof Michel Foucault blies in zijn De moed tot waarheid het begrip parrèsia nieuw leven in en benoemde het als ‘de moed om de waarheid te zeggen, met gevaar voor eigen positie of leven, in naam van een hoger ethisch principe’. De parrèsiast is iemand die vrijmoedig spreekt, zelfs wanneer het gevaarlijk is, omdat hij gelooft dat de waarheid belangrijker is dan persoonlijke veiligheid. Moed in deze zin betekent dus ook de vaardigheid om ‘nee’ te kunnen zeggen.

Kritisch bewustzijn

Dit vermogen om ‘nee’ te zeggen is niet alleen een voorwaarde voor een kritisch bewustzijn, maar ook een voorwaarde voor het scheppen van nieuwe inzichten. Wie ‘nee’ zegt tegen een bepaalde gang van zaken, steekt als het ware een spaak in het wiel van de dingen die als vanzelfsprekend worden opgevoerd. Het opent de mogelijkheid om alternatieven te vinden voor wat gepresenteerd wordt als gemeengoed.

En dat is nu precies wat in het Paasverhaal Mozes beweegt om op die Farao toe te stappen. Het is tevens de moed die de Bijbelse figuur Daniël heeft om de als God vereerde alleenheerser Nebukadnezar tegen te spreken. En in het Evangelieverhaal is het Jezus die tegen de gevestigde en religieuze macht in alles op alles zet om op te komen voor degenen die onder de voet worden gelopen. Zelfs de doodsdreiging weerhoudt hem niet, omdat diep in zijn Mut er een visioen leeft dat ‘de zachte krachten’ het uiteindelijk zullen winnen en zelfs de dood die niet klein kan krijgen.

In deze tijd zagen we het misschien in een Aleksej Navalny die wist wat zijn lot in Rusland zou zijn toch vanuit zijn diepe overtuiging voor de waarheid pleitte. In een van zijn laatste speeches zei hij: ‘Wie waarheid en gerechtigheid achter zich heeft, zal winnen’. En hij zei dit met een beroep op de beroemde Bergrede uit het evangelie naar Matteüs. De president van Canada Mark Carney vond onlangs in Davos nog de moed om in de geest van Václav Havel te pleiten voor een leven in de waarheid. En dat betekende volgens hem een breuk met de bestaande wereldorde die de neiging heeft om te varen op het kompas van de sterkste. Die tijd is voorbij, zo betoogde hij.

Geopolitieke vakantie

De vraag is vandaag hoelang ook onze politieke leiders blijven meedeinen op de grillen van een autocraat voor wie waarachtigheid geen waarde heeft. We hebben de afgelopen jaren als Europa fijn achterovergeleund in onze geopolitieke vakantie. Maar die tijd is voorbij. We zullen vandaag moeten kiezen: laten we ons leiden door iemand die stelselmatig bezig is de internationale rechtsorde, waarmee we na de catastrofe van de Tweede Wereldoorlog een poging waagden om de barbarij aan banden te leggen, af te breken? Of durven we op te staan en ook heel helder nee! te zeggen tegen een politiek die ons de afgrond in helpt?

Ik hoop van harte dat ook onze regering wat Paasmoed bij elkaar weet te schrapen om op te staan en net als de Spaanse premier Sánchez te zeggen: tot hiertoe en niet verder! Want voor je het weet is het te laat. Ik houd me maar vast aan het idee dat Pasen ons leert dat niets onmogelijk is. En dat geeft moed.

Ad van Nieuwpoort is predikant in de Haagse Duinzichtkerk en schrijver. Onlangs verscheen van zijn hand Buig niet, Bijbels tegengif voor nu.

 
In de Media

In de Media
Afgelopen zondag was Ad vaan Nieuwport te gast in de pauscast van KRO-NCRV over het bestrijden van populisme.
Kijk hier de aflevering van de pauscast terug
Luister hier naar de pauscast
 
Meelezen op woensdag

Meelezen op woensdag
Hebben de woorden van de bijbel echt niets meer te zeggen of krijgen ze de kans niet? Het zou kunnen dat de bijbelse teksten zo bedolven zijn onder allerhande vooroordelen en misverstanden dat het de loont nog eens opnieuw naar ze te luisteren. 

Daarom bijna elke week op woensdag: meelezen met de predikant. In een geconcentreerd uur wordt de tekst gelezen die in de kerkdienst op de zondag daarop centraal staat.

De eerst volgende meelezen is op woensdag 15  april 14.00 uur

Vandaag lezen wij: 
Genesis 42

42:1)    Jakob zag dat er graan was in Egypte
            en Jakob zei tot zijn zonen:
                        Waarom kijken jullie elkaar zo aan?
2)         Hij zei:
                        Zie!
                        Ik heb gehoord dat er graan is in Egypte.
                        Daal daarheen af
                        en koop graan voor ons van daar
                        opdat wij leven en niet sterven.
3)         Zij daalden af, de broeders van Jozef,
            met z'n tienen,
            om graan te kopen uit Egypte.
4)         Maar Benjamin, Jozefs broeder,
            zond Jakob niet met zijn broeders,
            want hij zei:
                        Straks overkomt hem nog een ongeluk!
5)         De zonen van Israël kwamen om graan te kopen
            te midden van hen die kwamen
            want er was honger in het land Kanaän.

6)         Maar Jozef, hij was leider over het land (de aarde)
            hij was het die graan verkocht aan heel het volk van het land (de aarde).
            De broeders van Jozef kwamen
            en bogen zich voor hem neer
            het aangezicht ter aarde.
7)         Jozef zag zijn broeders en herkende hen
            maar hij deed alsof hij een vreemde voor hen was
            en sprak hen hard toe.
            Hij zei tot hen:
                        Vanwaar komen jullie?
            Zij zeiden:
                        Uit het land Kanaän,
                        om eten te kopen.
8)         Jozef herkende zijn broeders
            maar zij herkenden hem niet.
9)         En Jozef gedacht de dromen
            die hij over hen had gedroomd.
            Hij zei tot hen:
                        Verspieders zijn jullie!
                        Om te zien of er een zwakke plek in het land is, zijn jullie gekomen.
10)       Zij zeiden tot hem:
                        Nee, mijn heer
                        uw knechten zijn gekomen om eten te kopen.
11)                   Wij allen zijn zonen van één man,
                        wij zijn oprecht,
uw knechten zijn geen verspieders.
12)       Maar hij zei tot hen:
                        Nee,
                        om te zien of er een zwakke plek in het land is, zijn jullie gekomen!
13)       Zij zeiden:
                        Met z’n twaalven zijn uw knechten
                        broeders zijn wij
                        zonen van één man in het land Kanaän.
                        Zie, de kleinste is nu bij onze vader
                        en één is er niet.
14)       Jozef zei tot hen:
                        Daar had ik het nu over tegen jullie toen ik zei:
                                    Verspieders zijn jullie.
15)                              Hierdoor zullen jullie op de proef gesteld worden.
                                    Zo waar de Farao leeft
                                    jullie zullen van hier niet wegtrekken
                                    tenzij je kleinste broeder hierheen komt.
16)                              Zend één van jullie om je broeder te halen.
                                    En jullie worden gevangen gezet!
                                    Jullie woorden zullen worden beproefd
                                    of er betrouwbaarheid bij jullie te vinden is.
                                    En zo niet
                                    zo waar Farao leeft
                                    dan zijn jullie verspieders.
17)       Hij liet ze samen in bewaring nemen, drie dagen lang.
18)       Jozef zei tegen hen op de derde dag:
                        Dit moeten jullie doen om in leven te blijven – ik vrees God –
19)                  als jullie oprecht zijn
                        laat dan één van jullie broeders gevangen blijven
                        in het huis waar jullie in bewaring waren.
                        Maar jullie
                        ga koren brengen voor de honger van jullie huis.
20)                   En je kleinste broeder breng je naar mij toe.
                        Dan zal blijken of jullie woorden betrouwbaar zijn
                        en hoef je niet te sterven.
            Zo deden zij.
21)       Maar tegen elkaar zeiden ze:
                        Voorwaar schuldig zijn wij vanwege onze broeder
                        van wie wij zagen hoe zielsbenauwd hij was
                        toen hij ons om genade smeekte
                        en wij niet hebben gehoord.
                        Daarom is deze benauwenis over ons gekomen.
22)       Ruben antwoordde hen:
                        Heb ik niet tegen jullie gezegd:
                        ‘Zondig niet tegen het kind’?
                        Maar jullie hebben niet gehoord.
                        Het is zijn bloed dat nu wordt opgeëist!
23)       Zij wisten niet dat Jozef het kon horen
            er trad namelijk een tolk tussen hen op.
24)       Hij wendde zich van hen af en weende
            toen keerde hij zich weer naar hen toe en sprak tot hen.
            Hij nam Simeon bij hen weg
            en boeide hem voor hun ogen.
25)       Jozef gebood om hun reiszakken met graan te vullen
            en om hun zilver terug te leggen in ieders zak
            en hun proviand te geven voor onderweg.
            Zo deed men hun.
26)       Zij tilden hun koren op hun ezels en gingen weg.
27)       Maar toen één zijn zak opende om voer te geven aan zijn ezel in het nachtverblijf
            zag hij zijn zilver: daar was het, boven in zijn tas.
28)       Hij zei tot zijn broeders:
                        Mijn zilver is teruggelegd
                        daar is het, in mijn tas.
            Toen zonk hun de moed in de schoenen
            en bevend zeiden de broeder tot elkaar:
                        Wat heeft God ons hier gedaan!
29)       Zij kwamen bij Jakob, hun vader
            naar het land Kanaän
            en deelden hem alles mee wat hun was overkomen:
30)                  De man, de heer van het land, sprak hard tegen ons
                        En hield ons voor verspieders van het land.
31)                  Maar wij zeiden tegen hem:
                                    Oprecht zijn wij
                                    wij zijn geen verspieders.
32)                              Met z’n twaalven zijn wij
                                    broeders, zonen van onze vader.
                                    Eén is er niet meer
                                    en de kleinste is nu bij onze vader
                                    in het land Kanaän.
33)                  Maar de man, de heer van het land, zei tegen ons:
                                    Hierdoor zal ik weten dat jullie oprecht zijn:
                                    Laat van jullie broeders er één bij mij
                                    neem wat je nodig hebt naar je huizen waar honger is
                                    en ga!
34)                  En de kleinste van jullie broeders, laat die naar mij toe komen
                        dan zal ik weten dat jullie geen verspieders zijn
                        dat jullie oprecht zijn.
                        Dan zal ik jullie je broeder teruggeven
                        en mag je vrijuit rondtrekken in het land.  
35)       En het geschiedde toen zij hun zakken leegden
            dat iedereen een zilverbuidel in zijn zak had.
            Ze zagen hun zilverbuidels, zij en hun vader
            en werden bevreesd.
36)       Jakob, hun vader, zei tegen hen:
                        Jullie maken mij nog kinderloos.
                        Jozef is er niet meer
                        Simeon is er niet meer
                        en Benjamin, willen jullie die nu ook nog wegnemen?
                        Mij treft het allemaal!
37)       Ruben zei tegen zijn vader:
                        Mijn beide zonen mag je oden
                        Als ik hem niet bij jou terugbreng.
                        Geef hem in mijn hand
                        en ík zal hem bij jou laten terugkeren.
38)       Maar hij zei:
                        Mijn zoon daalt niet af met jullie
                        want zijn broeder is gestorven
                        en hij alleen is over.
                        Overkomt hem een ongeval als jullie onderweg zijn
                        dan doen jullie mijn grijze haar in verdriet afdalen naar het dodenrijk.

 
lees meer »